Natuurgeweld
23 november 2009
Woonden we vandaag nog steed zoals in de oudheid, tussen de bomen in hutten en koten, dan waren we ferm gescheten. Natuurgeweld beukt op ons in. Dankzij de evolutie kunnen we ons enerzijds gelukkig prijzen dat de gemiddelde mens zich kan omringen met een viertal bakstenen muren en een paar dozijn dakpannen. Anderzijds is de klimaatverkloting enerzijds de oorzaak van langdurigere droogtes, anderzijds van korte periodes van heviger natuurgeweld. Los van klimatologische bezwaren, moet ik bekennen dat ik natuurgeweld heerlijk vind. Ik hou van een enorme stortbui, ik geniet van onmenselijk onweer, ik kijk met een lach op het gezicht naar helse windvlagen. Gesteld dat ik me, luxedier als ik ben, goed beschermd in huis of auto bevind, natuurlijk. En dan nog! Zo eens door een stortbad van hemelse regen lopen, kan mij enorm op het gemoed werken. Positief dan.
Natuurgeweld is magisch, neem het van mij aan. De mens is een fragiele bewoner van moeder natuur’s thuis. We mogen als mens dan wel massaal die thuis naar de kloten helpen, als puntje bij paaltje komt, dan is en blijft moeder natuur de baas. De mens vergaat, moeder natuur blijft. Enfin, toch iets langer dan de mens. Heerlijk weze momenten waarbij moeder natuur meer liters water uit de lucht laat vallen dan de grootste meren der aarde ooit slikken kunnen, momenten waarbij moeder natuur donders en bliksemschichten door de hemel schiet en er de meest gemene jachthond mee op stang jaagt, en momenten waarbij moeder natuur met haar gezucht zelfs de Eiffeltoren laat vrezen voor zijn rechtopstaand bestaan. Noem mij fatalistisch, maar ik hou ervan.
Dagboekblog met af en toe random randomness
20 november 2009
De blogosfeer moet blijven bestaan. Krakbloggers zoals wijzelve, bescheiden als we zijn, moeten blijven bloggen. Een oproep aan de bloggers die hier lezen: blog wat meer! Natuurlijk moet ik niet met de vinger beginnen wijzen terwijl ik er zelf niks aan doe. Ik ben een bedroevend blogger geweest. De gemiddelde postfrequentie van pakweg anderhalf jaar geleden – shit zeg, ik ben al meer dan drie jaar bezig! – lijkt een Burj Dubai‘ke te zijn tegenover die van vandaag. Mijn welgemeende excuses.
Natuurlijk moet ik niet blijven bloggen over hoe ik niet-blog. Zulke niet-blog-blogposts zijn immers nauwelijks blog-blogpost. Oké, ik blog minder. Ja, het spijt me. Inderdaad, dat vinden jullie jammer. Nog een laatste keer de feiten op een rij gezet, dus nu zwijgen we erover. Waarover dan wél bloggen? Nog zo’n cliché-vraag.
Naar het schijnt bestaan er verschillende types van blogs. Deze zou ik omschrijven als “dagboekblog met af en toe random randomness”. Enerzijds gelul over wat er zich zoal in mijn leven afspeelt, anderzijds op niks slaand gezever, denken we maar aan de gouden dagen der zondagsklap. Vermits ik nogal een kei ben in dagboekbloggen en ik naïef genoeg ben om te geloven dat jullie dat iets interesseert, zal ik het nog maar eens doen, zeker?
Het is druk op school, in mijn laatste jaar, afstudeerrichting journalistiek aan UGent. Het eerste semester loopt in volle vaart en groepswerken, taken, presentaties, papers en deadlines sjeezen voorbij. Ik weet nog helemaal niet of ik het tot een goed eind breng, maar we doen alvast ons best. Geraakt dit semester achter de rug, dan is het stage-tijd. Twee maand op de duidingsredactie van VRT-Radio. Spannend. Daarna springen we volop op de thesis en dan zal het einde van 2009-2010 zich stilaan aankondigen. Ik kijk, net als jullie, zeer benieuwd uit naar hoe ik dan, terugblikkend op het voorbije, hopelijk succesvolle jaar, zal dagboekbloggen. Over wat op dit schooljaar volgt, durf ik nog nauwelijks na te denken. Ik overweeg steeds meer om nog “iets met talen” te doen na dit schooljaar. Maar dat zien we dan nog wel.
Ik ben nog steeds samen met Julie en de teller tikt rustig verder in de richting van zeven maanden. Gelukkig samen en sinds september quasi samen op kot. In Gent, natuurlijk. Eens we dit jaar van beperkte ruimte en lawaaierige kotgenoten doorlopen hebben, zijn er plannen om volgend schooljaar deftig tesamen op kot te gaan. Toekomstmuziek met een leuke klank.
Op muzikaal vlak is mijn leven – en dat als drummer, haha! – wat stiller geworden. Ik speel nog steeds graag en goed, bescheiden als ik ben, maar iets minder. Dat heeft veel te maken met de schooldrukte, dus daar komt hopelijk na dit semester wat verandering in. Maar maak je geen zorgen, musiceren zit me in het bloed, dus u hoort wat dat betreft nog van mij.
Dat wat betreft dagboekgeblog. Ik ging, in het teken van de af en toe random randomness, nu nog een verhaaltje vertellen over Merlijn en Mormel, twee Gentse dwergen met een drankprobleem. Ik ben er echter van overtuigd dat jullie met jullie fantasie met zo’n onderwerp een veel hilarischer verhaal kunnen maken dan wat ik hier ooit zou kunnen neertikken. Laat je dus gaan en post het resultaat gerust hieronder!
Eén dag reporter
8 november 2009
Ik leef nog. Druk, druk, druk… Altijd maar het zelfde liedje. In mijn opleiding tot Master Journalistiek moest ik een “inleefstage” volgen. Dat houdt in dat ik een dag meedraaide met een journalist. Rudy Tollenaere van Het Nieuwsblad / De Gentenaar nam deze rol op zich en op zaterdag 31 oktober was ik één dag reporter voor Het Nieuwsblad / De Gentenaar.
Einresultaat van dat alles: twee artikels in Het Nieuwsblad / De Gentenaar Op Zondag (regio Gent). Ik schreef nog een derde artikeltje, over een 11.11.11-actie voor waardig werk, maar daar was geen plaats meer voor. Zonder treuzelen geef ik jullie met plezier het journalistiek eindresultaat:
Oh ja… Bezoek ondertussen gerust even mijn niet al te actieve schoolblog!