123 e.d.

22 april 2008

Verdorie zeg, een stokje. En wat voor eentje… Als er één ding is dat ik (soms tot mijn grote spijt) nauwelijks doe, is het boeken lezen… Ik moet dus érgens in de buurt een boek van +123 pagina’s zien te vinden en daar dan drie vraagjes over beantwoorden. Ik vraag me af of er hier in mijn kamer überhaupt boeken te vinden zijn… Ik heb het dan over de niet-universitaire soort, want daarmee ga ik jullie echt niet lastigvallen. Ik ga op zoek.

1. Grijp het dichtstbijzijnde boek dat meer dan 123 bladzijden telt.

Ik begeef mij richting boekenkast, alwaar ik op het eerste gezicht welgeteld twee boeken vind die niets met school te maken hebben. De Wereld Volgens GARP van John Irving (vertaald door C.A.G. van den Broek) (door een zekere Magda in 1981 aan mijn moeder geschonken, vertelt de binnenkant van de voorflap mij) ligt in vogelvlucht het dichtst bij deze computer, dus dat wordt het, een kadee van 533 bladzijden. Pour la petite histoire: ik heb er 2 jaar over gedaan om dat boek uit te krijgen. Lees ik dan zo traag? Neen. Ik nam het mee naar mijn zomerse vakantiejob alwaar ik er semi-ongestoord 9 dagen, enkele uren per dag, in kon lezen. Na jaar 1, ik denk 2005, was ik ongeveer halverwege geraakt en het heeft tot de volgende zomer geduurd alvorens ik verder las. Op het einde van de tweede negendaagse was het boek uit, maar ik moet bekennen dat er niet veel is blijven plakken. Misschien moet ik het gewoon nog een keertje lezen, deze keer misschien beter niet in twee keer met een jaar pauze. Genoeg petite histoire, laten we het stokje voltooien…

2. Open het boek op pagina 123 en zoek de 5e zin.

“De eerste tijd drong het trouwens nooit tot Garp door, dat Charlottes gestorven kind nu ongeveer zijn leeftijd gehad zou hebben.”

3. Post nu de volgende drie zinnen.

“Er zat dan ook een element van mee-beleven(*) in haar belangstellende vragen naar de manier waarop Garp en zijn moeder samenwoonden. ‘Hoe gaat het met je moeders schrijfwerk?’ vroeg ze dikwijls. ‘Ze rammelt er nog vrolijk op los,’ vertelde Garp dan, ‘maar ik geloof niet dat ze al een oplossing heeft gevonden voor het probleem van de wellust.’”

(*)in 1981 zal dat wel correct taalgebruik geweest zijn, zeker?

*diepe zucht* Ik weet nog dat ik tijdens het lezen dacht “verdorie, dit is een goed boek!”, maar ik kan er nu geen touw meer aan vastknopen. Ik raad u allen aan dit boek te (her-)lezen, en dan zal ik dat ook nog eens proberen doen.

Om mijn rol als stokjesontvanger te vervolledigen, geef ik het tenslotte ook nog door aan Joris en Bert, mensen met wellicht meer boeken-intellect dan ikzelve (minder is quasi onmogelijk), dus met wellicht interessantere verhalen (en stiekem mogen ze allebei wel eens veel actiever beginnen bloggen).

Maar het is niet omdat ik van boeken bijna niks afweet, dat ik op andere vlakken even saai ben (al zullen sommigen (Tom F., om geen namen te noemen) wellicht anders beweren). Ik voel een brandende noodzaak om een beetje geheimzinnig te gaan doen. Reden hiervoor is een blogpost van Suiadan, over een onderwerp dat mij reeds dagen, weken, zoniet maanden bezighoudt. “Vriendschap is iets vreemd. Sociale banden over een netwerk van glasvezel en koperdraad evenzo. De combinatie van de twee zorgt voor effecten die ongetwijfeld boeiende inzichten kan verschaffen voor menig socioloog, psycholoog of communicatiewetenschapper.”, het hadden woorden kunnen zijn van een volprezen filosoof, maar ze komen van een klasgenoot. Ik weet persoonlijk niet goed wat ik moet doen met het hele ICT-wereldje, het prijzen of het vervloeken? Ik hou het voorlopig bij een combinatie, want voor beiden kan ik wel enkele argumenten aanhalen. Ik ga ze u besparen, maar ik verklap u een lichte frustratie van mijnentweege over de soms serieuze breuk die er kan zijn tussen dat ICT-wereldje en in real life. Betwist het of niet, het blijken – voor mij althans – soms twee serieus verschillende werelden. En als ze, zoals soms, niet te verzoenen blijken, kan dat voor flink wat TNT zorgen in die rare hersenkronkels van mij. Hopend op een spoedige change of personality, hou ik het geheimzinnig rond de pot draaien over dit onderwerp voorlopig voor bekeken.

Om in deze reeds veel te lange blogpost wat meer te steken dan serieuziteiten, wil ik nog even vertellen hoe leuk mijn zieke geest het soms vindt om iemand te achtervolgen die me onrechtmatig de pas afgesneden had, manisch grijnzend in diens achteruitkijkspiegel tot het angstzweet (“oh noes, ik heb een seriemoordenaar achter me aan!”) haar uitbreekt. Sommige mensen moeten dringend eens hun visie op voorrangsregels bijschaven.

4 Reacties naar “123 e.d.”

  1. Jackalope Zegt:

    Over het verschil tussen ICT en real life: daarom ben ik gestopt met msn! Echte gesprekken zijn echt massa’s plezanter, en als mensen u niet vinden op messenger, vinden ze u vlugger in het echt. Als ge mij kunt volgen. ^^

  2. Femke Zegt:

    wahaa, gij freak! :-D (op da laatste dan… boeken zijn cool ^^)
    ocharme de bestuurders op jouw weg x-D

  3. Karen Zegt:

    Ik ben het eens met Jackalope. Nauwelijks nog actief op msn laatste tijd.
    En ik heb van tijd ook gemengde gevoelens over die contacten via “glasvezel en koperdraad” zoals Suiadan dat zo mooi zegt.
    Maar wat doe je eraan?


  4. [...] Categories: Stokje Tags: spreekkoren, Stokje, voetbal, voetbalboek Mijn eerste stokje! Ik kreeg het al een tijdje geleden, maar heb op mijn kot niet echt een interessant boek liggen dat [...]


Reageer