Gloomy Lunat ft. hungry hungr (pt. 2)
25 april 2008
Helaas komt onderstaande situatie wekerlijks meermaals voor…
[0:09:39] Gloomy Lunat: Ik ga het echter nie te lang meer trekken
[0:10:14] hungry hungr: ²
…
[1:23:11] Gloomy Lunat: Joot
[1:23:13] hungry hungr: jo !
Maar eigenlijk is dat niet meer dan normaal. We waren wellicht, zoals altijd, superbelangrijke gesprekken aan het voeren, zoals zo-even…
[17:30:57] hungry hungr: * legt nog ne keer the pretender op
[17:31:35] Gloomy Lunat: =)
[17:31:50] hungry hungr: *petst den drum mee
[17:32:02] hungry hungr: ik ben den pretender!
[17:32:15] hungry hungr: neveur surrendeur (8)!!!
Loemp
23 april 2008
If you think you’re loemp, think again… Ik heb zonet, bij het legen van de vaatwasmachine, niet minder dan 6 borden op de grond laten vallen. Kapot, stuk voor stuk. En ik die dacht dat een drum veel lawaai kon maken. Amai mijn oren!
123 e.d.
22 april 2008
Verdorie zeg, een stokje. En wat voor eentje… Als er één ding is dat ik (soms tot mijn grote spijt) nauwelijks doe, is het boeken lezen… Ik moet dus érgens in de buurt een boek van +123 pagina’s zien te vinden en daar dan drie vraagjes over beantwoorden. Ik vraag me af of er hier in mijn kamer überhaupt boeken te vinden zijn… Ik heb het dan over de niet-universitaire soort, want daarmee ga ik jullie echt niet lastigvallen. Ik ga op zoek.
1. Grijp het dichtstbijzijnde boek dat meer dan 123 bladzijden telt.
Ik begeef mij richting boekenkast, alwaar ik op het eerste gezicht welgeteld twee boeken vind die niets met school te maken hebben. De Wereld Volgens GARP van John Irving (vertaald door C.A.G. van den Broek) (door een zekere Magda in 1981 aan mijn moeder geschonken, vertelt de binnenkant van de voorflap mij) ligt in vogelvlucht het dichtst bij deze computer, dus dat wordt het, een kadee van 533 bladzijden. Pour la petite histoire: ik heb er 2 jaar over gedaan om dat boek uit te krijgen. Lees ik dan zo traag? Neen. Ik nam het mee naar mijn zomerse vakantiejob alwaar ik er semi-ongestoord 9 dagen, enkele uren per dag, in kon lezen. Na jaar 1, ik denk 2005, was ik ongeveer halverwege geraakt en het heeft tot de volgende zomer geduurd alvorens ik verder las. Op het einde van de tweede negendaagse was het boek uit, maar ik moet bekennen dat er niet veel is blijven plakken. Misschien moet ik het gewoon nog een keertje lezen, deze keer misschien beter niet in twee keer met een jaar pauze. Genoeg petite histoire, laten we het stokje voltooien…
2. Open het boek op pagina 123 en zoek de 5e zin.
“De eerste tijd drong het trouwens nooit tot Garp door, dat Charlottes gestorven kind nu ongeveer zijn leeftijd gehad zou hebben.”
3. Post nu de volgende drie zinnen.
“Er zat dan ook een element van mee-beleven(*) in haar belangstellende vragen naar de manier waarop Garp en zijn moeder samenwoonden. ‘Hoe gaat het met je moeders schrijfwerk?’ vroeg ze dikwijls. ‘Ze rammelt er nog vrolijk op los,’ vertelde Garp dan, ‘maar ik geloof niet dat ze al een oplossing heeft gevonden voor het probleem van de wellust.’”
(*)in 1981 zal dat wel correct taalgebruik geweest zijn, zeker?
*diepe zucht* Ik weet nog dat ik tijdens het lezen dacht “verdorie, dit is een goed boek!”, maar ik kan er nu geen touw meer aan vastknopen. Ik raad u allen aan dit boek te (her-)lezen, en dan zal ik dat ook nog eens proberen doen.
Om mijn rol als stokjesontvanger te vervolledigen, geef ik het tenslotte ook nog door aan Joris en Bert, mensen met wellicht meer boeken-intellect dan ikzelve (minder is quasi onmogelijk), dus met wellicht interessantere verhalen (en stiekem mogen ze allebei wel eens veel actiever beginnen bloggen).
Maar het is niet omdat ik van boeken bijna niks afweet, dat ik op andere vlakken even saai ben (al zullen sommigen (Tom F., om geen namen te noemen) wellicht anders beweren). Ik voel een brandende noodzaak om een beetje geheimzinnig te gaan doen. Reden hiervoor is een blogpost van Suiadan, over een onderwerp dat mij reeds dagen, weken, zoniet maanden bezighoudt. “Vriendschap is iets vreemd. Sociale banden over een netwerk van glasvezel en koperdraad evenzo. De combinatie van de twee zorgt voor effecten die ongetwijfeld boeiende inzichten kan verschaffen voor menig socioloog, psycholoog of communicatiewetenschapper.”, het hadden woorden kunnen zijn van een volprezen filosoof, maar ze komen van een klasgenoot. Ik weet persoonlijk niet goed wat ik moet doen met het hele ICT-wereldje, het prijzen of het vervloeken? Ik hou het voorlopig bij een combinatie, want voor beiden kan ik wel enkele argumenten aanhalen. Ik ga ze u besparen, maar ik verklap u een lichte frustratie van mijnentweege over de soms serieuze breuk die er kan zijn tussen dat ICT-wereldje en in real life. Betwist het of niet, het blijken – voor mij althans – soms twee serieus verschillende werelden. En als ze, zoals soms, niet te verzoenen blijken, kan dat voor flink wat TNT zorgen in die rare hersenkronkels van mij. Hopend op een spoedige change of personality, hou ik het geheimzinnig rond de pot draaien over dit onderwerp voorlopig voor bekeken.
Om in deze reeds veel te lange blogpost wat meer te steken dan serieuziteiten, wil ik nog even vertellen hoe leuk mijn zieke geest het soms vindt om iemand te achtervolgen die me onrechtmatig de pas afgesneden had, manisch grijnzend in diens achteruitkijkspiegel tot het angstzweet (“oh noes, ik heb een seriemoordenaar achter me aan!”) haar uitbreekt. Sommige mensen moeten dringend eens hun visie op voorrangsregels bijschaven.
Lowhaven, The Gig
20 april 2008
Ziezo, dat optreden zit erop! In alle bescheidenheid mogen er toch wel even twee dingen vermeld worden:
- We hebben aars gekickt.
- De afwezigen hadden ongelijk.
15 april 2008… De start van een carrière of gewoon een eenmalig plezant gebeuren? Laten we optimistisch blijven en hopen op het eerste. Als drummer gaat mijn dank in de eerste plaats uit naar alle collega-muzikanten die ervoor zorgden dat we met z’n vijfjes een lekker halfuurtje hebben meegemaakt. In de tweede plaats dank aan alle mensen die aanwezig waren!
Naast onderstaand compilatiefilmpje verwijs ik bij deze naar mijn site (“News” en doorklikken maar!) voor een pagina (die de moeite waard is) over dit optreden.
Voor herhaling vatbaar, me dunkt!
Podiumontmaagding
9 april 2008
Ik haalde het in mijn vorige blogpost al voorzichtig aan, maar omdat het ondertussen voor 98% vast staat:
Lowhaven, het door u allen gekende Laarnse muziekprojectje van Bert Dult en ikzelf, gaat voor het eerst een podium beklimmen!
- VPPK Vrij Podium
- 15 / 04 / 2008
- The Frontline, Gent
Voor dit gebeuren worden Bert en ik bijgestaan door (of “staan Bert en ik volgende mensen bij”, het is maar hoe je het bekijkt) (vlnr) Jonasdi Janssen, Davy De Geeter en Stéphane De Nys.

Het vrij podium kost 2€, begint om 21u (doors @ 20u30) en Lowhaven staat om 23u30 (pas) geprogrammeerd (onze fout niet!). Bij deze zijn jullie allemaal uitgenodigd, maar kom vooral niet allemáál opdagen, de stress zal wellicht al groot genoeg zijn.
Wat er gespeeld zal worden? Zeven covers, van Saybia (onze trage), over The Offspring en Foo Fighters (uiteraard) tot 3 Doors Down, Good Charlotte en zelfs Muse. Onderstaande compilatie geeft alvast een instrumentaal voorsmaakje (met hier en daar nog nood aan een fikse bijschaving).
Even wat drukker…
4 april 2008
U vergeeft het mij wellicht wel dat het hier op mijn blog even wat rustiger is? Het leven op z’n gloomy’s is er de laatste tijd even wat drukker op geworden… Er is een berg schoolwerk die ik dringend aan een klim moet onderwerpen, er komt een (en jullie zijn allemaal uitgenodigd!) Gents festivalletje aan waar ik hier en daar een handje toesteek, er zijn nog regelmatig heimweebuien naar Les Gets 2008, de sportman in mij is wakker geworden en – heel voorbarig – er zijn voorbereidingen in de maak voor een eerste podiumverschijning van yours truly (ik hou jullie op de hoogte).
Pour la petite histoire vertel ik er even bij dat ik eergisteren mijn eerste ijsje van het jaar gekocht heb, een toeter met vanille en pistache, zoals meestal. Het was 19u45 en ik stond af te wassen toen ik een eigenaardig ijskreemkarmuziekje hoorde. Het was geen simpele bel, zoals bij Willy, maar een muziekstukje, Mister Sandman, geloof ik. Ik vroeg me af wie er op dat moment nu in godsnaam nog een ijsje zou willen kopen, maar enkele minuten later bevond ik mij met enkele eurostukken aan de straatkant. Wat ik zag aankomen was anders dan de ijskreemkar die ik de voorbije 13 jaar voorbij kon zien komen. De voorbije 13 jaar was Willy immers vaste ijsleverancier. Willy was een getatoeëerd en plat dialect sprekend fenomeen en sta me toe dat met twee anekdotes illustreren. Ten eerste noemde hij iedereen, tot mijn moeder toe, “mijne joengne” en vroeg keer op keer hoe het met “zijne joengne” ging. Ten tweede bleef hij tot lang na de invoering van de euro in Belgische frank rekenen, zo was het tot diep in 2006 “twintig frank voor nen toeter met twee bollen”, aan jou om te puzzelen hoeveel euro dat was. Maar deze keer was het dus een andere ijskreemkar. Geen witte, zoals die van Willy, maar een groene. Het werd bevolkt door twee vreemden – en dat mag je letterlijk nemen, want duidelijk van vreemde origine (neen, ik heb hier niks tegen, ik schets het beeld alleen maar) – en niet door Willy. Maar het ijsje heeft absoluut gesmaakt.
“Petite histoire”, zei ik? Ochja, als een mens zo om 23u45 op zaterdagavond uit de losse pols begint te typen, weet men nooit echt zeker waar men terecht komt.