Geprezen weze zijn eerlijkheid?
27 januari 2010
Ze zijn gedaan, misschien wel mijn laatste examens ooit. Mijn derde examen was geen hoogvlieger, dus ik kan nog niet met zekerheid zeggen of ik voor de eerste keer in zeven jaar een herexamenvrije zomer zal hebben. Een rustige zomer zal het echter niet worden, want aan mijn thesis zal nog flink wat gewerkt moeten worden. Ik stuurde namelijk onlangs een e-mail naar een lezer van mijn Bachelorpaper – waar ik op verder zou werken voor mijn Thesis-onderzoek – en zijn antwoord liet weinig aan de verbeelding over:
“Ik herinner me jouw Bachelorpaper wel nog vrij goed… Ik vond ‘m namelijk erg slecht en had het aan mij gelegen, dan had je moeten herwerken tijdens de tweede zittijd.”
“Daarmee kan je een onvoldoende doorstart maken voor je Masterproef.”
“Eerste zit halen lijkt me dus onmogelijk – als je wilt slagen tenminste.”
“Theoretisch vond ik het ook onvoldoende: te weinig relevante literatuur geraadpleegd en je concepten onvoldoende (kritisch) uitgewerkt.”
“Vaak te wollig en teveel vanuit subjectief standpunt geschreven; moet academischer.”
Geprezen weze zijn eerlijkheid, zeker?
Het wordt wellicht nog een waanzinnig druk tweede semester, voorheen nog bestempeld als bestaande “enkel” uit stage en thesis. Maar eerst enkele dagen rust en een midweek Center Parcs!
Over halfweg
15 januari 2010
Als een mens drie examens heeft, en er reeds twee de revue gepasseerd zijn, dan durft men daar al eens de noemer “over halfweg” op te plakken. De gepasseerde examens gingen goed. Erdoor voor beiden, denk ik, en meer verlang ik niet. Mijn derde, dat wordt een ander paar mouwen; het worden nog een paar stevige studiedagen.
21 januari 2010 heb ik mogelijks mijn laatste examen ever (in schoolverband). Het einde van “het leukste stuk uit mijn leven” (dixit zowat iedereen die afgestudeerd is en aan werk geraakte) komt stilaan dichterbij. Mijn tweede semester zal bestaan uit stage en thesis, waarna ik naar alle waarschijnlijkheid, in juli of september, afstudeer. Ik ben benieuwd naar wat dat geven zal.
Inmiddels begint in mij de muziekmicrobe, die de voorbije maanden wat ingedommeld was, opnieuw wakker te worden. Ik kan nog steeds een eindje drummen, en met de gitaar kan ik inmiddels ook overweg. Ik krijg echter opnieuw meer en meer zin er iets mee te doen, iets meer dan een cover hier en een solootje daar. Als bliksemschichten schieten song-ideeën door me heen, maar of ik ooit een songwriter word, valt af te wachten.
Ik hoop in het tweede semester een goed evenwicht te vinden tussen leven, liefde en muziek. De droom om met dat laatste iets te gaan doen, heb ik allerminst begraven, maar ik wil niet dat die andere twee daar onder lijden. 2010 wordt spannend, wees daar maar zeker van. U lees er hier zo veel mogelijk over.
Overmorgen begin ik eraan!
5 januari 2010
Het is hier ineens weer zo stil geworden! En ik was zo goed bezig! Waar ging ik heen? Wat ging ik doen? Waar hield ik mij mee bezig? Met mijn examens, tiens! Veels te weinig studeerwerk verricht voor oudejaar (een geslaagd gebeuren, trouwens; foto’s en filmpjes volgen), dus moet er tegenwoordig des te meer gedaan worden. Overmorgen, 7 januari, begin ik eraan, aan mijn laatste examenreeks… Als alles goed gaat, natuurlijk… En als ik niks meer studeer hierna… Overmorgen begin ik eraan! Duimen en bidden!
schrijfgerief . be
21 december 2009
Scheetse.. Protse..
10 december 2009
Vanwaar de frequente nood van geliefden de appreciatie voor de ander uit te drukken in darmgassen?
Lucienne De Clercq
3 december 2009
Tante Lucienne is dood. Ze werd woensdag gecremeerd. Ze was 89, zo’n leeftijd waarop mensen al eens de pijp uit durven gaan. Maar tante Lucienne niet. Dat dacht ik toch. Tante Lucienne staat al heel mijn leven bekend als ongezond, stokoud en eenzaam, doch als iemand die nooit dood zou gaan. Zaterdagochtend besliste daar echter anders over.
Ik heb tante Lucienne in mijn leven slechts twee, misschien drie keer gezien. Ik heb amper twee herinneringen aan haar: ze vond me ooit een sterke jongen, omdat ik samen met mijn vader enkele kasten bij haar thuis de trap afgedragen had, en ik herinner me ook nog een gigantisch vergrootglas dat in haar living lag en waarmee ze kranten las. Ze vond het toen grappig dat ik er zo door gefascineerd was. Voorts had ik er weinig contact mee. Ik nam soms de telefoon op toen ze belde, waarna ze me begroette en vroeg hoe het met me was, alvorens met mijn moeder of vader een serieuzer gesprek te hebben. De laatste keer dat ze belde, kan ik me echter niet meer herinneren. Ik heb wel steeds beseft dat er in Burst een tante van mijn vader woonde, die een eenzatenleven leidde, maar die zich maar bleef redden. Want ze was een De Clercq en een De Clercq is een doorzetter.
Tante Lucienne kwam de laatste tien jaar van haar leven niet echt vaak buiten. Ze leefde geïsoleerd en takelde af, niet in het minst door de ziekte van Alzheimer. We hoorden almaar minder van Lucienne, maar ergens rond het jaar 2000 kwam aan het licht dat haar twee overburen zich over haar ontfermd hadden. We waren blij, want Lucienne had verzorging en gezelschap nodig.
Enkele jaren later gebeurden er echter vreemde dingen. Ik bespaar u de vele details, maar geef u een samenvatting: Lucienne leefde almaar geïsoleerder, ze kreeg nauwelijks gepaste verzorging, haar goed gespijsde bankrekening liep leeg als een ballon met een gat in, en er werd misbruik gemaakt van haar steeds verder gevorderde dementie om haar, buiten haar wil en beseffen, dingen te doen schrijven en ondertekenen (dreigbrieven, volmachtsverklaringen en notariële aktes (zeg maar testament)). De oorzaak kwam snel aan het licht: de buren.
Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad, maar omdat een De Clercq zoiets aankan, kegelden we op de duur de buren buiten en ontfermden wij ons alsnog over Lucienne. Het bleek echter te laat: Lucienne trok het maar een paar maand meer in respectievelijk een ziekenhuis, een rusthuis en een ziekenhuis. En op zo’n moment voel je woede en onmacht. Mijn oma, mijn vader en zijn zus nog veel meer dan ik. Je verwaarloost een hulpbehoevend familielid, je denkt dat buren er echter wel goed voor zorgen, maar dat blijkt uiteindelijk helemaal niet het geval te zijn. Dat knaagt, maar dat knaagt te laat.
De uitvaartplechtigheid was mooi. Er waren slechts dertien aanwezigen, maar het was mooi. De koffietafel was interessant (als de gemiddelde leeftijd boven de 65 ligt, worden er nog al eens verhalen uit den tijd verteld) en de verstrooiing van de asse was een ontroerende belevenis. Het is nu onzeker afwachten wat de toekomst brengt. De confrontatie met de buren lonkt om de hoek, maar dat wordt een netelige zaak. Ik zou niet graag in de schoenen staan van het koppel dat een De Clercq misbruikt, geen nodige verzorging geeft, financieel pluimt en onterecht met haar nalatenschap gaat lopen.
Ik zal tante Lucienne niet snel vergeten. En daarnaast trek ik, immer goedgelovig in de mensheid, een belangrijke les uit deze zaak: klootzakken, ze bestaan. Dat werd me dit jaar jammergenoeg herhaaldelijk duidelijk.
Vrouwen met een rijbewijs
29 november 2009
Vermits ik een frequente autogebruiker ben (zie vorige blogpost), had ik graag nog een smeekbede gericht aan alle vrouwen met een rijbewijs, hoewel ik me daardoor, bij mijn overwegend vrouwelijk leespubliek, wellicht niet sympathieker zal maken… Doe eens wat meer je best om het cliché van de vrouw die niet rijden kan de wereld uit te helpen, aub…
Public Transport
29 november 2009
Ik neem regelmatig het openbaar vervoer. Dat ligt voornamelijk aan het feit dat ik zo veel in Gent vertoef. Van punt A naar punt B? Hup, de tram op. Betalen doe ik echter zelden. Ik hoop dat het niet strafbaar is te bekennen dat je zwardrijdt, want dan zou ik nu een probleem hebben.
Af en toe koop ik een ticketje ter waarde van 1,20 euro en eens om de zoveel weken steek ik dat in het ontwaardingsapparaat. Dat blijkt echter telkens nutteloos, want ik krijg nooit controle. Dat gebrek aan controle is dan ook een van de redenen waarom ik zo weinig betaal. Sinds mijn eerste middelbaar, ondertussen 11 jaar geleden, heb ik misschien vijf controles gehad bij het gebruik maken van de diensten van De Lijn. Gesteld dat ik toevallig alleen dan betaald had, was ik nu enkele honderden, misschien zelfs duizend euro minder arm geweest.
Een tweede belangrijke reden voor mijn zwartrijden is de prijs: 1,20 euro (1,60 als je het aan de chauffeur moet vragen) voor één zone. Om nog maar te zwijgen van het geld dat ik aan de trip Laarne-Gent, niet minder dan drie zones, zou moeten hangen. Dat het me vandaag de dag meer kost om met het openbaar vervoer van Laarne naar Gent te komen dan moest ik die trip met de auto doen, verzekeringen en obligate herstellingskosten buiten beschouwing gelaten (en dan nog!), is toch te belachelijk voor woorden? Bovendien gaat dat met de auto minstens drie keer sneller: een kwartier versus drie kwartier.
Vandaar mijn advies aan de mannen van het openbaar vervoer: maak het goedkoper en sneller. Let op, ik ben heel dankbaar voor openbaar vervoer. En ik denk dat een wereld zonder openbaar vervoer vandaag al veel meer om zeep zou zijn dan die nu al is. Maar het kan beter. Veel beter. Sneller en goedkoper, bijvoorbeeld. En wat meer controles. Al heb ik dan wel een probleem, zo met al mijn zwartrijden.
De trein is echter wel wat handiger dan vele diensten van De Lijn. Alleen is de prijs ervan ook zo schandalig hoog. Dat bleek tijdens een recente uitstap naar Brussel, toen ik niet minder dan 16,20 euro betaalde om heen en terug te geraken. Akkoord, er zijn dingen als een Go Pass en studententarieven, maar een sporadische gebruiker als ik heeft daar geen boodschap aan. Komen daar nog al eens vertragingen en stakingen bovenop, en een trein blijkt ook zo geen ideaal vervoersmiddel meer.
Maak openbaar vervoer goedkoper, sneller, aantrekkelijker, efficiënter, schreeuwt de activist in mij. Hoewel ik een auto-bezetene blijk te zijn, is milieu voor mij belangrijk. Dat openbaar vervoer een grote rol kan spelen in heel de CO2-problematiek, besef ik maar al te goed. Maar zoals vele Belgen ligt mijn portefuille na aan het hart, alsook comfort dat door openbaar vervoer voorlopig nog niet geboden wordt. Zolang de voordelen van het openbaar vervoer niet opwegen tegen de voordelen van een auto, zullen ik en vele anderen mijn gedrag blijven vertonen. Aan zij die dat kunnen: doe er iets aan.
Natuurgeweld
23 november 2009
Woonden we vandaag nog steed zoals in de oudheid, tussen de bomen in hutten en koten, dan waren we ferm gescheten. Natuurgeweld beukt op ons in. Dankzij de evolutie kunnen we ons enerzijds gelukkig prijzen dat de gemiddelde mens zich kan omringen met een viertal bakstenen muren en een paar dozijn dakpannen. Anderzijds is de klimaatverkloting enerzijds de oorzaak van langdurigere droogtes, anderzijds van korte periodes van heviger natuurgeweld. Los van klimatologische bezwaren, moet ik bekennen dat ik natuurgeweld heerlijk vind. Ik hou van een enorme stortbui, ik geniet van onmenselijk onweer, ik kijk met een lach op het gezicht naar helse windvlagen. Gesteld dat ik me, luxedier als ik ben, goed beschermd in huis of auto bevind, natuurlijk. En dan nog! Zo eens door een stortbad van hemelse regen lopen, kan mij enorm op het gemoed werken. Positief dan.
Natuurgeweld is magisch, neem het van mij aan. De mens is een fragiele bewoner van moeder natuur’s thuis. We mogen als mens dan wel massaal die thuis naar de kloten helpen, als puntje bij paaltje komt, dan is en blijft moeder natuur de baas. De mens vergaat, moeder natuur blijft. Enfin, toch iets langer dan de mens. Heerlijk weze momenten waarbij moeder natuur meer liters water uit de lucht laat vallen dan de grootste meren der aarde ooit slikken kunnen, momenten waarbij moeder natuur donders en bliksemschichten door de hemel schiet en er de meest gemene jachthond mee op stang jaagt, en momenten waarbij moeder natuur met haar gezucht zelfs de Eiffeltoren laat vrezen voor zijn rechtopstaand bestaan. Noem mij fatalistisch, maar ik hou ervan.
Dagboekblog met af en toe random randomness
20 november 2009
De blogosfeer moet blijven bestaan. Krakbloggers zoals wijzelve, bescheiden als we zijn, moeten blijven bloggen. Een oproep aan de bloggers die hier lezen: blog wat meer! Natuurlijk moet ik niet met de vinger beginnen wijzen terwijl ik er zelf niks aan doe. Ik ben een bedroevend blogger geweest. De gemiddelde postfrequentie van pakweg anderhalf jaar geleden – shit zeg, ik ben al meer dan drie jaar bezig! – lijkt een Burj Dubai‘ke te zijn tegenover die van vandaag. Mijn welgemeende excuses.
Natuurlijk moet ik niet blijven bloggen over hoe ik niet-blog. Zulke niet-blog-blogposts zijn immers nauwelijks blog-blogpost. Oké, ik blog minder. Ja, het spijt me. Inderdaad, dat vinden jullie jammer. Nog een laatste keer de feiten op een rij gezet, dus nu zwijgen we erover. Waarover dan wél bloggen? Nog zo’n cliché-vraag.
Naar het schijnt bestaan er verschillende types van blogs. Deze zou ik omschrijven als “dagboekblog met af en toe random randomness”. Enerzijds gelul over wat er zich zoal in mijn leven afspeelt, anderzijds op niks slaand gezever, denken we maar aan de gouden dagen der zondagsklap. Vermits ik nogal een kei ben in dagboekbloggen en ik naïef genoeg ben om te geloven dat jullie dat iets interesseert, zal ik het nog maar eens doen, zeker?
Het is druk op school, in mijn laatste jaar, afstudeerrichting journalistiek aan UGent. Het eerste semester loopt in volle vaart en groepswerken, taken, presentaties, papers en deadlines sjeezen voorbij. Ik weet nog helemaal niet of ik het tot een goed eind breng, maar we doen alvast ons best. Geraakt dit semester achter de rug, dan is het stage-tijd. Twee maand op de duidingsredactie van VRT-Radio. Spannend. Daarna springen we volop op de thesis en dan zal het einde van 2009-2010 zich stilaan aankondigen. Ik kijk, net als jullie, zeer benieuwd uit naar hoe ik dan, terugblikkend op het voorbije, hopelijk succesvolle jaar, zal dagboekbloggen. Over wat op dit schooljaar volgt, durf ik nog nauwelijks na te denken. Ik overweeg steeds meer om nog “iets met talen” te doen na dit schooljaar. Maar dat zien we dan nog wel.
Ik ben nog steeds samen met Julie en de teller tikt rustig verder in de richting van zeven maanden. Gelukkig samen en sinds september quasi samen op kot. In Gent, natuurlijk. Eens we dit jaar van beperkte ruimte en lawaaierige kotgenoten doorlopen hebben, zijn er plannen om volgend schooljaar deftig tesamen op kot te gaan. Toekomstmuziek met een leuke klank.
Op muzikaal vlak is mijn leven – en dat als drummer, haha! – wat stiller geworden. Ik speel nog steeds graag en goed, bescheiden als ik ben, maar iets minder. Dat heeft veel te maken met de schooldrukte, dus daar komt hopelijk na dit semester wat verandering in. Maar maak je geen zorgen, musiceren zit me in het bloed, dus u hoort wat dat betreft nog van mij.
Dat wat betreft dagboekgeblog. Ik ging, in het teken van de af en toe random randomness, nu nog een verhaaltje vertellen over Merlijn en Mormel, twee Gentse dwergen met een drankprobleem. Ik ben er echter van overtuigd dat jullie met jullie fantasie met zo’n onderwerp een veel hilarischer verhaal kunnen maken dan wat ik hier ooit zou kunnen neertikken. Laat je dus gaan en post het resultaat gerust hieronder!
